NL EN

Reductie van broeikasgassen


Royal A-ware erkent de impact van haar waardeketen op het milieu en zet zich in om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de duurzaamheid van haar activiteiten te verbeteren. We zetten ons in om onze klimaatimpact te beoordelen, duidelijke reductiedoelstellingen vast te stellen en concrete maatregelen te nemen om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. In lijn met onze goedkeuring door het Science Based Targets initiative (SBTi) streven we ernaar om in 2050 een netto-zero waardeketen te realiseren.

Impacts, risico's en kansen

Royal A-ware voerde een uitgebreide klimaatscenarioanalyse uit om de blootstelling van de organisatie aan fysieke en transitierisico’s in kaart te brengen op basis van meerdere klimaatscenario's. Zowel onze eigen activiteiten als de upstream- en downstreamwaardeketen zijn beoordeeld. De scenario's, ontwikkeld door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), het Vlaams Milieuagentschap (VMM) en diverse academische studies, zijn ingedeeld in trajecten met hoge en lage uitstoot. We gebruiken deze scenario's om de variatie in risico's te evalueren onder scenario's van 1,5 °C en 4 °C opwarming van de aarde (in overeenstemming met de SSP-scenario's van het IPCC) over korte-, middellange- en langetermijnhorizons. Kortetermijnklimaatrisico’s zijn risico’s die zich binnen een jaar (tegen 2026) voordoen, middellangetermijnrisico’s binnen vijf jaar (tegen 2030) en langetermijnrisico’s in de periode tussen 2030 en 2050. Het 4 °C-scenario wordt gebruikt om onze beoordeling van fysieke klimaatrisico’s te onderbouwen. Vanwege het beperkte wetenschappelijke bewijs voor een nauwkeurige beoordeling van klimaatrisico’s op de korte en middellange termijn in de zuivel-, transport- en akkerbouwactiviteiten, richt Royal A-ware zich op het evalueren van fysieke klimaatrisico’s op de lange termijn. Voor transitierisico’s wordt een beoordeling uitgevoerd van de verwachte transities op de korte termijn.

We voerden een DMA uit, waarbij we de reductie van broeikasgassen als een materieel onderwerp hebben geïdentificeerd. In overeenstemming met de ESRS hebben we vervolgens onze materiële onderwerpen nader onderzocht door hun IRO's te beoordelen, rekening houdend met de klimaatrisicoanalyse. Dit proces resulteerde in de volgende materiële IRO's:

Impacts
  • Daadwerkelijke negatieve impact op de betaalbaarheid van voedingsmiddelen voor consumenten als gevolg van stijgende kosten in verband met maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken (‘klimaatadaptatie’).

  • Daadwerkelijke negatieve impact op de betaalbaarheid van voedingsmiddelen voor consumenten als gevolg van stijgende kosten in verband met maatregelen om klimaatverandering te beperken (‘klimaatmitigatie’), zoals investeringen in productieprocessen en wagenparken.

  • Daadwerkelijke negatieve impact op mens en milieu veroorzaakt door klimaatverandering, als gevolg van broeikasgasemissies die vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen in de zuivelproductie en het transport.

  • Daadwerkelijke negatieve impact op mens en milieu als gevolg van klimaatverandering, voortkomend uit broeikasgasemissies (CO₂, methaan, stikstofoxide) van melkveebedrijven.

Risico’s

Bij het beoordelen van risico’s maakt Royal A-ware, in overeenstemming met de ESRS, onderscheid tussen fysieke risico’s en transitierisico’s.

Fysieke risico’s:
  • Risico op verslechtering van de aanvoer, het transport en de verwerking van rauwe melk (en andere producten) als gevolg van extreme en/of veranderende weersomstandigheden (hittestress, hittegolven, waterstress, overstromingen).

  • Risico van gestegen grondstofkosten als gevolg van verminderde productie door klimaatverandering.

Transitierisico's:
  • Risico op groeibeperkingen voor Royal A-ware als gevolg van strengere wet- en regelgeving gericht op het terugdringen van broeikasgasemissies, waardoor uitbreiding of bouw van productielocaties onmogelijk wordt en/of de melkproductie afneemt.

  • Risico op hogere kosten door (beleids)maatregelen zoals CO₂-heffingen of Agri-ETS om de uitstoot van broeikasgassen door bedrijfsactiviteiten en landbouw/melkveehouderij te verminderen.

  • Risico van hogere kosten en onvoldoende toegang tot elektriciteit als gevolg van congestie op het elektriciteitsnet.

  • Risico op kostenstijgingen door investeringen in elektrificatie (vrachtwagens, ketels) of andere energiebronnen met een lagere CO₂-voetafdruk (zoals LNG, biogas).

  • Risico van een dalende productie van rauwe melk door melkveehouders als gevolg van strengere wet- en regelgeving gericht op het terugdringen van broeikasgasemissies uit de melkveehouderij.

  • Risico op lagere winstgevendheid en/of omzet als gevolg van hogere kosten of verminderde efficiëntie door de implementatie van emissiereductiemaatregelen.

Kansen

Naast risico's heeft Royal A-ware ook kansen geïdentificeerd:

  • Kans voor het ontwikkelen en aanbieden van verschillende melkstromen die voldoen aan klimaatmitigatienormen op het melkveebedrijf.

  • Kans op subsidies en/of stimulerende (beleids)maatregelen om klimaatmitigatieacties in de eigen bedrijfsvoering te implementeren en innovatie te bevorderen, wat een concurrentievoordeel kan opleveren.

  • Kans om de weerbaarheid van Royal A-ware op de lange termijn te versterken door te investeren in mitigatiemaatregelen.

Veerkrachtanalyse

De klimaatrisicobeoordeling (uitgevoerd in 2024) en de materiële IRO’s (voortkomend uit de dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd in 2025) vormen de basis voor de veerkracht en de robuustheid van onze strategie en ons bedrijfsmodel. Hoewel we geen officiële veerkrachtbeoordeling hebben uitgevoerd zoals voorgeschreven onder de ESRS, voerden we wel onze eigen interne analyse uit om de weerbaarheid van ons bedrijfsmodel te toetsen. Om de weerbaarheid van ons bedrijfsmodel en onze strategie te borgen, stelde Royal A-ware een Klimaattransitieplan op. Dit plan beschrijft hoe we onze strategie en ons bedrijfsmodel aanpassen om toe te groeien naar een duurzamere bedrijfsvoering, in lijn met het Akkoord van Parijs.

Op basis van onze beoordeling identificeerden we geen activa die ingrijpende aanpassingen vereisen om aan te sluiten bij de transitie naar een klimaatneutrale economie.

'Onze klimaatdoelstellingen zijn gevalideerd door het SBTi.'

Onze aanpak

Royal A-ware heeft een klimaatbeleid dat de klimaatstrategie van de organisatie uiteenzet. Dit omvat ons Klimaattransitieplan, dat gericht is op het terugdringen van Scope 1- en 2-emissies, (via energie-efficiëntie en de inzet van hernieuwbare energie) en Scope 3-emissies. Royal A-ware heeft geen formeel beleid met betrekking tot klimaatadaptatie.

Klimaattransitieplan

Als onderdeel van ons streven om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, hebben we een Klimaattransitieplan opgesteld op basis van de IRO's. Het plan beschrijft de belangrijkste maatregelen om onze CO₂-uitstoot te verminderen en klimaatgerelateerde risico’s aan te pakken. De Stuurgroep Duurzaamheid is verantwoordelijk voor het Klimaattransitieplan en de uitvoering ervan; aangezien de CEO en CFO lid zijn, wordt het plan formeel goedgekeurd door de directie. Het plan maakt deel uit van onze reguliere cyclus van bedrijfsplanning en toewijzing van middelen. In de komende jaren volgen we de effectiviteit van onze aanpak nauwlettend volgen om waar nodig onze plannen te verfijnen of onze strategische koers bij te stellen.

Daarnaast zijn de klimaatdoelstellingen van de zuivelactiviteiten gevalideerd door de SBTi, wat bevestigt dat onze klimaatmitigatiemaatregelen in lijn zijn met het 1,5 °C-traject van het Klimaatakkoord van Parijs. Hierbij volgen we de normen en protocollen van het GHG-protocol en de SBTi. Indien we hiervan afwijken, wordt dit expliciet vermeld.

De directie wijst de benodigde financiële en personele middelen toe voor de uitvoering van het klimaattransitieplan. De toewijzing verloopt via de reguliere bedrijfsvoering en daarom is er geen specifieke toewijzing van toepassing. Op dit moment heeft Royal A-ware geen beloningsbeleid dat gekoppeld is aan het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen, zoals klimaatdoelstellingen. We brengen onderdelen van het klimaatbeleid onder de aandacht van relevante stakeholders. Melkveehouders worden onder andere via halfjaarlijkse bijeenkomsten geïnformeerd over de klimaatambities en de daarmee samenhangende activiteiten. Medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van de strategie worden geïnformeerd door leden van de Stuurgroep Duurzaamheid.

Transitieplan eigen melkveehouderij

Onze Scope 1- en 2-emissies zijn voornamelijk het gevolg van het verbruik van aardgas en elektriciteit. Onze decarbonisatiestrategie richt zich op de transitie naar hernieuwbare energie en naar hernieuwbaar gas. Dit omvat het verhogen van de energie-efficiëntie en het verminderen van het energieverbruik. Op basis hiervan ondernemen we vanaf 2025 concrete acties:

  • Investeren in het gebruik, de opwekking en de opslag van hernieuwbare energie.

  • Verwerven van Garanties van Oorsprong (GVO's) en inkopen van hernieuwbare energie en gas.

  • Aangaan van Corporate Power Purchase Agreements (CPPA's) om langdurige toegang tot hernieuwbare energie te waarborgen.

  • Verminderen van het energieverbruik.

  • Goed onderhoud van onze technische installaties.

  • Toepassen van nieuwe technieken of innovaties. Een voorbeeld: op onze productielocatie in Heerenveen zijn de bouwwerkzaamheden voor een upgrade van de elektriciteitsvoorziening in 2025 bijna voltooid, inclusief een onderzoek naar de installatie van een e-boiler.

Transitieplan zuivelwaardeketen

Onze Scope 3-emissies zijn het gevolg van ingekochte goederen, upstream- en downstreamtransport, afval dat tijdens de verwerking ontstaat en het gebruik van onze producten door consumenten. Aangezien het grootste deel van onze Scope 3-emissies verband houdt met de melkproductie door melkveehouders, omvatten onze decarbonisatiehefbomen ook de samenwerking met melkveehouders. Operationele efficiëntie, gedreven door reducties in het energieverbruik van Scope 1 en 2, draagt ook bij aan het verlagen van diverse Scope 3-emissies, evenals voortdurende procesreducties en innovatie. Binnen deze hefbomen ondernemen we vanaf 2025 concrete acties:

  • Samenwerken met melkveehouders om de CO₂-voetafdruk te verkleinen via onze Dairy Academy. De Dairy Academy ondersteunt onze melkveehouders door kennis te delen over de beste voorbeelden in de melkveehouderij via workshops en excursies.

  • Melkveehouders in Nederland en België stimuleren om hun eigen broeikasgasemissies te verminderen via onze footprint-premie.

  • Melkveehouders in Nederland en België aanmoedigen om de duurzaamheid van hun bedrijven te vergroten via ons A-ware Duurzaam-programma.

  • Ontwikkelen van initiatieven voor koolstofopslag samen met melkveehouders om broeikasgassen te verminderen.

  • Upcyclen van bijproducten van kaas.

Transitieplan transportactiviteiten

De uitstoot van onze transportactiviteiten is voornamelijk het gevolg van het brandstofverbruik. Daarom stelden we in 2025 een klimaatreductiebeleid voor de transportactiviteiten vast, gebaseerd op twee pijlers: wagenparkbeheer en operationele efficiëntie. Wagenparkbeheer richt zich op alternatieve brandstoffen en aandrijvingen; operationele efficiëntie op het verminderen van het aantal kilometers en brandstofverbruik. Binnen deze hefbomen ondernemen we vanaf 2025 concrete acties:

  • Optimaliseren van de rijstijl van onze chauffeurs om zuiniger rijgedrag te bevorderen en onderhoudskosten te verlagen. Alle chauffeurs van AB Texel in Nederland nemen deel aan ten minste één sessie met een rijcoach, die wordt gemonitord door een softwareprogramma.

  • Goed onderhouden van ons wagenpark.

  • Verkennen van mogelijkheden om samen met klanten en anderen het aantal lege kilometers te verminderen.

  • Onderzoeken of alternatieve hernieuwbare brandstoffen zoals elektriciteit en bio-LNG kunnen worden ingezet.

Vastgelegde emissies

Royal A-ware heeft geen activiteiten geïdentificeerd die zouden leiden tot substantiële vastgelegde broeikasgasemissies of die niet in overeenstemming zouden zijn met de vereisten van Commission Delegated Regulation (EU) 2021/2139 betreffende de EU-taxonomie.

Voor Scope 3-emissies identificeerden we consumentengedrag als een potentiële bron van vastgelegde emissies. Hieronder vallen activiteiten zoals vervoer van en naar supermarkten, koeling en afwassen. We concludeerden dat de emissies die verband houden met consumentengedrag geen wezenlijk risico vormen voor het behalen van onze doelstellingen.

Onvermijdelijke emissies

Methaanemissies van koeien vormen een onvermijdelijke categorie van broeikasgasemissies.

Biogene methaanemissies zijn een inherent bijproduct van het natuurlijke verteringsproces van de koe en kunnen niet volledig worden geëlimineerd. Deze emissies vinden echter plaats binnen een gesloten systeem en hun impact is kleiner dan die van fossiel methaan.

'We ontdekten dat er aanzienlijke hoeveelheden koolstof veel dieper in de bodem zijn opgeslagen.'

Koolstofopslag

We stimuleren koolstofopslag in landbouwgrond om de uitstoot van de melkveehouderij in de toekomst gedeeltelijk te compenseren. Dit doen we via langetermijnovereenkomsten met melkveehouders, waarbij zij afzien van grondbewerking op grasland om CO₂ in de bodem vast te houden. Melkveehouders in onze Beter voor Natuur & Boer melkstroom bewerken hun land niet om de koolstofopslag te bevorderen.

Royal A-ware voert grootschalige directe metingen uit op verschillende bodemdieptes om de koolstofopslag nauwkeuriger te meten, in plaats van te vertrouwen op modellen. Ons onderzoek breidt koolstofmetingen uit naar diepere bodemlagen, tot 30-60 centimeter, terwijl de meeste bestaande studies zich alleen richten op de bovenste 30 centimeter. Hierdoor ontdekten we dat aanzienlijke hoeveelheden koolstof ook op grotere diepte worden opgeslagen. Onze pilot besloeg 20.000 hectare van onze melkveehouderijen en onze methodologie is door de Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) erkend als wetenschappelijk betrouwbaar.

Ook met melkveehouders die niet deelnemen aan de Beter voor Natuur & Boer melkstroom is Royal A-ware begonnen met koolstofopslag. Deze melkveehouders kunnen deelnemen aan de koolstofpool van Royal A-ware en de koolstofopslag vergroten door hun graslanden niet te bewerken. Via dit initiatief werken we samen met hen aan het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen in onze hele waardeketen. De koolstofpool sluit volledig aan bij de eisen van de Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK).

Doelstellingen en resultaten

We hebben doelstellingen gedefinieerd om materiële klimaatgerelateerde IRO's te beheren, die alle scopes omvatten. We maken onderscheid tussen doelstellingen voor de zuivelproductie en voor transport om de unieke aard van elke activiteit weer te geven. Onze emissiereductiedoelstellingen gebruiken 2021 als referentiejaar, waarbij 2030 dient als tussentijdse doelstelling op weg naar onze ambitie voor 2050. De doelstellingen met betrekking tot onze zuivelproductieactiviteiten zijn afgestemd op de SBTi.

Algemene doelstellingen

Omdat het aantal productiefaciliteiten bij Royal A-ware ten opzichte van het referentiejaar 2021 aanzienlijk is uitgebreid – mede door de overname van meerdere productielocaties – hebben we de emissies herberekend. Voor deze herberekening gebruikten we emissiefactoren voor 2021.

Zuivelproductie - Scope 1 & 2

De totale Scope 1- en 2-emissies voor onze zuivelactiviteiten zijn aanzienlijk gedaald ten opzichte van de emissies in 2024, ondanks de overname van verschillende nieuwe productielocaties (The Dairy Food Group in België). Dit is toe te schrijven aan zowel de aankoop van GVO’s als het gebruik van een herziene emissiefactor. Ook de cijfers voor Scope 2 van 2024 zijn aangepast met behulp van een herziene emissiefactor.

Zuivelproductie - Scope 3

Naast de herberekening van het referentiejaar 2021 gebruikten we een nieuwe methodologie voor de berekening Scope 3-emissies. In vergelijking met 2024, waar de berekeningen waren gebaseerd op verkochte producten, hanteerden we in 2025 een meer gedetailleerde uitsplitsing naar instroom van melk en verkochte producten. Dit resulteerde in een meer realistische weergave van onze emissies.

Transportactiviteiten - Scope 1, 2 en 3

In 2025 zijn er geen grote wijzigingen aangebracht in de berekening van de emissies voor de transportactiviteiten. In 2025 zijn de emissies in alle scopes gestegen ten opzichte van 2024. Ten opzichte van ons referentiejaar is er een aanzienlijke toename van de emissies zichtbaar, als gevolg van een voortdurende uitbreiding van de transportactiviteiten. De cijfers voor 2024 zijn bijgewerkt op basis van completere gegevens.

Hernieuwbare energie

In 2025 hebben we ons aandeel hernieuwbare energie vergroot door het ondertekenen van verschillende CPPA’s en het installeren van extra zonnepanelen (of de aankoop van locaties die daarmee zijn uitgerust). Om onze doelstelling voor 2025 volledig te behalen, hebben we Europese Garanties van Oorsprong aangekocht voor onze Nederlandse en Belgische activiteiten. De contractuele overeenkomsten bestaan voor 96% uit GVO’s en voor 4% uit CPPA’s.

Broeikasgasemissies

Zuivelactiviteiten

Mijlpalen en streefjaren

Referentiejaar 2021*

2024

2025

%N/ N-1

2030

2050

Jaarlijks

Scope 1-broeikasgasemissies*

Bruto Scope 1-broeikasgasemissies (tCO2eq)

51.656

47.178

59.420

26%

-80%

-90%

-40%

Percentage van de Scope 1

broeikasgasemissies dat onder gereguleerde emissiehandelssystemen valt (%)

26%

72%

33%

Scope 2-broeikasgasemissies*

Bruto locatiegebonden Scope 2-broeikasgasemissies (tCO2eq)

51.630

32.007

30.011

Bruto marktgebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies (tCO2eq)

51.630

31.646

2.794

-91%

-80%

-90%

-40%

Significante Scope 3-broeikasgasemissies

Totale bruto indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies (tCO2eq)

3.228.475

5.780.320

3.710.582

-36%

1 Ingekochte goederen en diensten

3.099.622

5.470.047

3.512.545

3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in Scope 1 of Scope 2)

15.131

14.775

17.566

4 Upstream transport en distributie

19.391

38.947

24.497

5 Afval gegenereerd tijdens bedrijfsactiviteiten

20.066

42.902

66.066

6 Zakenreizen

1

101

259

7 Woon-werkverkeer van medewerkers

1.699

2.540

2.867

9 Downstream transport

8.361

35.949

9.170

11 Gebruik van verkochte producten

41.284

153.363

45.274

12 Verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur

22.919

3.530

25.134

15 Investeringen

-

19.213

7.204

Totale broeikasgasemissies (locatiegebonden) (tCO2eq)

3.331.762

5.858.675

3.800.013

-35%

Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (tCO2eq)

3.331.762

5.859.144

3.772.797

-36%

*cijfers zijn aangepast ten opzichte van het rapport van 2024 na updates van de emissieberekeningsmethodologie (zie pagina 38).

Transportactiviteiten

Mijlpalen en streefjaren

Referentiejaar 2021

2024

2025

%N/ N-1

2030

2050

Jaarlijks

Scope 1-broeikasgasemissies*

Bruto Scope 1-broeikasgasemissies (tCO2eq)

129.930

145.345

149.117

3%

-40% (inclusief Scope 2&3)

38%

Percentage van Scope 1

Broeikasgasemissies uit gereguleerde emissiehandelssystemen (%)

0

0%

0%

Scope 2-broeikasgasemissies*

Bruto locatiegebonden Scope 2-broeikasgasemissies (tCO2eq)

1.323

586

633

8%

-40% (inclusief Scope 2&3)

38%

Bruto marktgebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies (tCO2eq)

1.323

586

633

8%

Significante Scope 3-broeikasgasemissies

Totale bruto indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies (tCO2eq)

60.273

98.057

115.335

18%

-40% (inclusief Scope 2&3)

38%

1 Ingekochte goederen en diensten

15.051

18.345

19.052

3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in Scope 1 of Scope 2)

23.384

49.408

51.494

5 Afval gegenereerd tijdens bedrijfsactiviteiten

1

1

-

6 Zakelijke reizen

1

1

-

7 Woon-werkverkeer van medewerkers

641

956

5.710

9 Downstreamtransport

21.195

29.346

39.079

Totale broeikasgasemissies (locatiegebonden) (tCO2eq)

191.526

243.988

265.085

9%

Totale broeikasgasemissies (marktgebonden) (tCO2eq)

191.526

243.988

265.085

9%

* De cijfers voor 2024 zijn bijgewerkt naar aanleiding van vollediger beschikbare gegevens (zie pagina 39).

Energieverbruik en -mix

2024

2025

(1) Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten (MWh)

372

-

(2) Brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten (MWh)

506.414

564.350

(3) Brandstofverbruik uit aardgas (MWh)

260.802

323.138

(4) Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen (MWh)

4

-

(5) Verbruik van ingekochte of verkregen elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh)

109.512

32.993

(6) Totaal verbruik van fossiele energie (MWh) (berekend als de som van de regels 1 tot en met 5)

877.104

920.480

Aandeel van fossiele bronnen in het totale energieverbruik (%)

92%

86%

(7) Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh)

406

-

Aandeel van het verbruik uit nucleaire bronnen in het totale energieverbruik (%)

0%

0%

(8) Brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (waaronder ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, hernieuwbare waterstof, enz.) (MWh)

52.740

20.754

(9) Verbruik van aangekochte of verkregen elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh)

25.779

119.096

(10) Het verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie zonder brandstof (MWh)

9.476

(11) Totaal verbruik van hernieuwbare energie (MWh) (berekend als de som van de regels 8 tot en met 10)

78.518

149.326

Aandeel van hernieuwbare bronnen in het totale energieverbruik (%)

8%

14%

Totaal energieverbruik (MWh) (berekend als de som van de regels 6 en 11)

956.029

1.069.806

Intensiteit

2024

2025

%N/ N-1

Energie-intensiteit per netto-omzet

Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact per netto-omzet uit activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact (MWh/miljoen EUR)

251

239

-5%

BKG-intensiteit per netto-omzet

Totale BKG-uitstoot (locatiegebonden) per netto-omzet (t CO₂-eq/miljoen EUR)

1.600

908

-43%

Totale BKG-uitstoot (marktgebonden) per netto-omzet (t CO₂-eq/miljoen EUR)

1.601

901

-44%

Netto-omzet gebruikt voor de berekening van de broeikasgasintensiteit (miljoen EUR) – zoals vermeld in toelichting 19 bij de jaarrekening

3.813

4.479

17%